Wat anderhalve eeuw geleden begon met het eenvoudigweg toedienen van wat lachgas, is uitgegroeid tot een breed medisch handelen dat niet meer valt weg te denken. Bijna iedereen komt vroeg of laat dan ook met anesthesie in aanraking. Het vakgebied is zo ruim geworden, dat de benaming anesthesist de werkzaamheden van de beoefenaar onvoldoende tot uitdrukking brengt: de huidige medisch specialist wil anesthesioloog worden genoemd.
Als arbeidshygiënisten de omstandigheden waaronder anesthesie wordt gegeven willen beïnvloeden, dan zullen zij het handelen van de anesthesioloog moeten begrijpen en zijn taal kunnen spreken. De uitleg over anesthesiologie, anesthesie en narcose, de toelichtingen in de tekst en het lexicon in deze Praktijkgids beogen daarbij een ruggensteun te zijn. Deze praktijkgids is ook een ondersteuning bij het hanteren van de toetsingscriteria die in een RI&E-model voor ziekenhuizen gebruikt kan worden om onderwerpen uit de beleidsmaatregel inzake inhalatieanesthetica te inventariseren. Elke praktijkgids heeft zijn grenzen. Daarom beperkt deze gids zich tot de inhalatieanesthetica in de human gezondheidszorg. Het is aan de lezer om de hier geboden informatie te vertalen naar andere beroepsgroepen, zoals tandartsen, verloskundigen, dierenartsen, ambulancemedewerkers en dierproefnemers.